Om 21.14 uur stuurde Elif een bericht naar Kato.
Morgen samen naar school? 🚲
Om 21.15 uur stond er: Gelezen.
Om 22.30 uur stond er nog altijd: Gelezen.
Elif kende dat woord intussen beter dan haar eigen naam.
Kato was haar beste vriendin. Al sinds het derde leerjaar, toen ze allebei een paars pennenzak hadden en dat "een teken" vonden. Kato was grappig, slim en kon in vijf minuten een TikTok-dansje leren. Maar als er iets was, deed Kato iets wat Elif gek maakte.
Ze zei niets meer.
Geen ruzie. Geen "ik ben boos". Gewoon niets. Haar Snapstreak liet ze doodgaan. Op school ging ze bij Jade zitten. En als Elif "hey" zei, keek Kato naar haar gsm alsof daar het einde van de wereld op stond.
Dat duurde soms twee dagen. Soms een week.
Elif deed wat ze altijd deed. Ze ging zoeken.
Was het omdat ze gisteren met Lina naar huis was gefietst? Omdat ze in de klasgroep had gelachen met een meme van Jonas? Omdat haar haar er raar uitzag? (Haar haar zag er altijd raar uit. Dat kon het niet zijn. Of toch?)
Ze scrolde terug door hun chat. Twee keer. Ze las alles opnieuw, op zoek naar het moment waarop het fout was gegaan.
Niets.
Om 23.02 uur typte ze: Sorry als ik iets verkeerd heb gedaan 🥺
Gelezen.
Om 23.40 uur: Ik weet niet wat er is maar het spijt me echt
Gelezen.
Elif legde haar gsm onder haar kussen. Toen weer erboven. Toen weer eronder.
De volgende ochtend was Elif een zombie. Een zombie die toch om 7.20 uur aan de hoek van Kato's straat stond, voor het geval dat.
Kato kwam niet.
In de klas zat ze naast Jade. Ze lachten om iets op Jade's gsm. Elif ging achteraan zitten en deed alsof ze heel geïnteresseerd was in haar agenda.
"Gaat 't?" vroeg Lina, die naast haar plofte.
"Ja hoor. Chill."
Lina keek haar aan. Lina kon kijken alsof ze een röntgenapparaat was. "Elif. Ge hebt uw agenda ondersteboven."
Elif draaide hem om. "Lowkey niet chill," gaf ze toe.
Na de les bleef meneer Vermeulen bij haar bank staan. Hij was hun klastitularis en hij gaf wiskunde, wat al een reden was om hem niet te vertrouwen. Maar hij zag dingen.
"Ge zat er vandaag niet bij," zei hij. "In uw hoofd, bedoel ik. Niet bij de wortels van negatieve getallen. Al kan ik dat ook begrijpen."
Elif wilde "niks" zeggen. Er kwam iets anders uit. Alles eigenlijk. De gelezen-berichten. De sorry's. De hoek van de straat.
Meneer Vermeulen luisterde zonder haar te onderbreken. Toen zei hij: "Mag ik u iets zeggen wat ik pas heel laat geleerd heb?"
Elif knikte.
"Als iemand zwijgt om u te straffen, is dat geen rust. Dan wil die dat ge zelf gaat zoeken wat ge fout deed. En dat ge kleiner wordt tot het weer goed is. Dat is geen ruzie. Dat is een spelletje. En gij zijt de enige die meedoet."
"Maar ze is mijn beste vriendin."
"Dat kan allebei waar zijn," zei hij. "Ge kunt haar graag zien. En toch stoppen met raden."
Die middag zat Elif op het bankje bij de fietsenstalling. Yassin en Lina zaten naast haar. Yassin deelde zijn chips zonder dat ze het vroeg. Lina deed een imitatie van meneer Vermeulen die "de wortels van negatieve getallen" zei, en Elif lachte voor het eerst die dag.
Ze keek naar die twee. Ze vroegen niets. Ze waren er gewoon. Elke dag eigenlijk. Ze had het alleen niet gezien, omdat ze de hele tijd naar Kato zat te kijken.
's Avonds pakte ze haar gsm. Ze typte. Ze wiste. Ze typte opnieuw.
Kato, ik merk dat je niet meer met me praat. Als ik iets gedaan heb, wil ik het echt horen. Maar ik ga niet meer raden wat er is. Als je wil praten, ben ik er.
Ze drukte op verzenden. Toen legde ze haar gsm in de keuken, ver weg, naast de broodrooster.
Geen sorry. Geen 🥺.
De volgende ochtend stond er: Gelezen.
Elif keek ernaar. Het deed nog altijd pijn. Maar haar buik bleef rustig. Ze fietste niet naar de hoek van Kato's straat. Ze fietste rechtstreeks naar school, waar Lina al zwaaide en Yassin een zak chips omhooghield alsof het een trofee was.
