Naar de inhoud

Over Campus Hoogwoud en Woudgezichten

Lina aan de keukentafel bij bomma Lieve, die lachend iets aanwijst op een blad met drie cirkels.

Het Woud heeft veel gezichten

Woudgezichten is een verhalenwereld voor kinderen en jongeren. In het Woud wonen dieren die op mensen lijken: een egel die nee leert zeggen, een hond die snauwt als hij schrikt, een das die zorgt voor wie ziek is. Elk dier is een gezicht dat we allemaal kennen, bij anderen en bij onszelf.

Rond die verhalen groeide een hele familie: voorleesverhalen voor kinderen, oefenboeken voor thuis en in de praktijk, een bordspel en meditaties. Campus Hoogwoud is het jongste lid van die familie, voor wie te groot is voor dieren, maar nog lang niet te groot voor verhalen.

Wat is Campus Hoogwoud?

Campus Hoogwoud is een digitaal boek voor tieners van 12 tot 15 jaar. De verhalen spelen in klas 2B van een gewone middelbare school in Limburg. De school heet Hoogwoud, en de leerlingen noemen het "de jungle".

Lina, Yassin, Mats, Elif, Jonas, Femke, Ruben, Daria, Wout en de rest van de bende maken dingen mee die jij misschien ook kent: een groepschat die ontspoort, een vriend die niet meer antwoordt, twee huizen, een bomma die ziek is, een hoofd dat te vol zit. Elk hoofdstuk hoort bij een verhaal uit het Woud, zodat jongeren en kinderen in hetzelfde gezin of dezelfde klas over hetzelfde thema kunnen praten, elk op hun eigen niveau.

Waarom we dit maakten

  • Jongeren vinden zichzelf in een verhaal. Het gaat over Elif, niet over jou. Die afstand maakt het net makkelijker om over je eigen moeilijkheden na te denken.
  • Weten waar je terechtkan. Het eerste antwoord op "wat nu?" is altijd je eigen netwerk: de mensen die opnemen als het moeilijk is. Daarom begint het boek met je jungle-kaart.
  • Sterktes zien, niet alleen wat moeilijk is. Niemand is "slecht" of "te veel". Iedereen heeft dagen waarop hij een egel is, en dagen waarop hij een luiaard is. Dat mag.
  • Woorden geven aan wat je voelt. Boosheid, schaamte, rouw, groepsdruk, een brein dat anders werkt: wie er woorden voor heeft, wordt er minder door meegesleurd.
  • Volwassenen een opening geven. Voor ouders, leerkrachten en begeleiders is elk hoofdstuk een veilige manier om een gesprek te beginnen, zonder te preken.

Wat vind je hier?

  • 36 hoofdstukken. Een starthoofdstuk en 35 verhalen, verdeeld over vijf delen: Mijn grenzen, Samen en anders, Thuis en ergens anders thuis, Als het zwaar wordt, en Mijn stem.
  • Real talk. Bij elk verhaal een kort kader dat in gewone woorden zegt wat er eigenlijk gebeurde, zonder les te geven.
  • Een quote om te bewaren. De kernzin van elk hoofdstuk, om op te slaan als afbeelding.
  • Een oefenboek per hoofdstuk. Zeven vaste stappen: check-in, lees, denk na, doe, probeer, onthoud en deze week. Met schrijfvakken, een tekenvak en een ademoefening.
  • De test Mijn Woudkompas. In ongeveer tien minuten ontdek je welk woudgezicht bij jou past, en waar je sterk staat of nog groeit in zes richtingen: grenzen, verbinding, gevoel, thuis, veerkracht en stem. Bij elke richting krijg je handvaten en de hoofdstukken om eerst te lezen.
  • Hulp nodig? Eén pagina met alle hulplijnen, en een woordenboek voor ouders.

Hoe gebruik je het?

Als tiener

  1. Begin bij het starthoofdstuk "Wie is jouw bende?" en maak je jungle-kaart.
  2. Doe de test Mijn Woudkompas.
  3. Lees eerst de hoofdstukken die bij jouw kompas passen. Of kies gewoon wat je nu nodig hebt: je hoeft niet van voor naar achter te lezen.
  4. Wil je verder? Open het oefenboek bij een hoofdstuk. Jij kiest wat je invult. Niets is verplicht, en alles blijft op je eigen toestel.
  5. Over een jaar mag je de test opnieuw doen en kijken wat er veranderd is.

Als ouder

  • Lees een hoofdstuk mee, of lees het eerst zelf. Vraag daarna niet "wat vond je ervan?", maar: "Herken je iets?" of "Wat zou jij gedaan hebben?"
  • Luister meer dan je oplost. Je hoeft niet meteen een antwoord te hebben.
  • Hoofdstukken met het label "Lees samen met een volwassene" gaan over zwaardere thema's. Lees ze samen als het onderwerp dichtbij komt.
  • Het woordenboek voor ouders helpt als je soms niet weet waar het over gaat. De beste vraag blijft: "Wat heb je vandaag nodig?"

Als leerkracht, coach of begeleider

  • Gebruik een hoofdstuk als start van een klasgesprek of mentoruur. De reflectievragen en de opdrachten in het oefenboek werken alleen, in duo's of in een kring.
  • Werk in een groep met het verhaal en de kernzinnen, niet met persoonlijke verhalen. Wil een jongere iets vertellen, neem die dan apart.
  • Bij zorgen pak je het nooit alleen aan: volg de afspraken van je school of organisatie (vertrouwenspersoon, zorgcoördinator, CLB).
  • Het kompas is een speelse kapstok om over sterktes te praten, geen diagnose of persoonlijkheidstest.

Veilig en eerlijk

  • Geen diagnose, geen therapie. Campus Hoogwoud stelt geen diagnose en vervangt geen hulpverlening. Het helpt om te praten, te herkennen en hulp te vinden.
  • Ernstige thema's blijven ernstig. Zeven hoofdstukken krijgen het label "Lees samen met een volwassene". Ze tonen steun en hulp, nooit details van het leed.
  • Je privacy. Wat je invult in het oefenboek en de test, blijft op je eigen toestel. Er gaat niets naar een server. Je kan alles zelf wissen.
  • Hulp is altijd dichtbij. Op elke pagina vind je de weg naar de hulplijnen: Awel 102, Zelfmoordlijn 1813, en in nood 112.

Wie maakt dit?

Woudgezichten en Campus Hoogwoud zijn gemaakt door Martine (Tine) Vanherle, somatisch-emotioneel systemisch begeleider en coach in Vlaanderen, vanuit Confidanova en We Learn 2 Rise. Alles is geschreven met een trauma-sensitieve, niet-stigmatiserende blik, en met veel respect voor jongeren die anders leren, denken of voelen.

Jij bent niet de enige in deze jungle.