Naar de inhoud
Sara zit in een leeg klaslokaal met warm licht; juf Hilde zit naast haar en luistert.
0% gelezen

Hoofdstuk 7

Mijn stiefvader, de ster

SaraThuis

Iedereen vond Kristof geweldig.

De buren, omdat hij hun haag mee snoeide. De voetbalclub, omdat hij elke zaterdag de frietkraam deed. Mama's vriendinnen, omdat hij "zo attent" was. Hij bracht bloemen mee. Hij onthield verjaardagen. Op Facebook stond hij op elke foto met zijn arm rond mama.

Sara vond hem ook geweldig. Buiten.

Binnen was Kristof iemand anders. Niet altijd. Dat was het verwarrende. Soms was hij gewoon grappig en maakte hij pannenkoeken.

Maar als er iets niet ging zoals hij wilde, veranderde de lucht in huis. Je hoorde het al aan hoe hij de autodeur dichtsloeg.

"Is dat nu een rapport? Een zes op tien voor Frans? Ge zijt echt niet slim, hé. Dat hebt ge niet van mij."

"Wie gaat er met u willen afspreken, als ge er zo bijloopt?"

"Moet ge weer wenen? Altijd dat drama."

En als mama thuiskwam, lachte hij. "Sara en ik hadden het net over haar rapport. Ze doet haar best, hé schat?"

Sara knikte. Wat moest ze anders?

Het ergste was niet wat hij zei. Het ergste was dat Sara het begon te geloven. Dat ze niet slim was. Dat ze overdreef. Dat het haar schuld was als hij slecht gezind was.

Ze probeerde hem niet boos te maken. Ze deed de vaatwasser voor hij het vroeg. Ze zat stil aan tafel. Ze liet haar rapport eerst aan mama zien, op de trap, fluisterend.

Maar het hielp niet. Er was altijd iets.

In het mentoruur gaf juf Hilde een opdracht. "Schrijf drie zinnen die ge deze week over uzelf gehoord hebt. Van wie maakt niet uit."

Sara schreef: Ge zijt niet slim. Altijd dat drama. Wie gaat er met u willen afspreken.

Toen keek ze naar haar blad en schrok. Zo zwart op wit zag het er anders uit. Niet als iets wat zij verdiende. Als iets wat iemand tegen haar zei.

Juf Hilde liep rond. Ze bleef bij Sara staan. Ze zei niets. Ze legde alleen even haar hand op de bank, niet op Sara, en liep verder.

Na de les bleef Sara zitten.

"Wie zegt dat tegen u?" vroeg juf Hilde rustig.

Sara wilde "niemand" zeggen. Of "het is niet zo erg". Of "hij bedoelt het niet zo".

Wat eruit kwam, was: "Mijn stiefvader. Maar iedereen vindt hem zo leuk."

"Dat kan allebei," zei juf Hilde. "Iemand kan buiten heel leuk zijn en binnen pijn doen. Dat maakt het net zo moeilijk om erover te praten. Want wie gaat u geloven?"

Sara knikte. Precies dat.

"Ik geloof u," zei juf Hilde.

Het ging niet in één keer over. Juf Hilde praatte met de CLB-medewerker. Die praatte, samen met Sara, met mama.

Mama huilde. Eerst zei ze: "Dat kan niet, hij is altijd zo lief." Toen zei ze: "Waarom hebt ge niks gezegd?" Toen zei ze heel lang niets. En toen zei ze: "Sorry dat ik het niet zag."

Thuis werd het niet ineens goed. Maar Sara was niet meer alleen met wat ze wist. En elke keer als Kristof iets lelijks zei, hoorde ze in haar hoofd een andere stem. De stem van juf Hilde.

Wat hij zegt, zegt iets over hem. Niet over jou.

Real talk

Mensen die thuis kwetsend zijn, zijn buiten soms heel charmant. Daardoor twijfel je aan jezelf: "Misschien overdrijf ik." Je overdrijft niet. Wat iemand steeds opnieuw tegen je zegt, kan je even hard raken als een klap.

Het is nooit jouw taak om een volwassene goed gezind te houden. En het is nooit jouw schuld als die zijn boosheid op jou afreageert.

Schrijf op wat er gezegd wordt. Vertel het aan iemand uit je jungle-kaart die niet in je huis woont: een leerkracht, het CLB, een tante, een trainer. Je hoeft niet te kiezen tussen je familie en jezelf. Je mag hulp vragen voor allebei.

“Wat hij zegt, zegt iets over hem. Niet over mij.”

Welkom in de Jungle · Hoofdstuk 7

* Wie zit er in jouw jungle-kaart? Of kijk bij: Als je netwerk even niet genoeg is

Naar het oefenboek bij dit hoofdstuk