Het gebeurde in twee seconden.
Mats en Jonas aan het spelen bij de trap. Duwen, trekken, het soort spel waarbij altijd iemand zegt "chill, chill". Mats nam Jonas zijn pet af. Jonas duwde. Harder dan hij bedoelde.
Mats viel. Drie treden. Zijn gsm vloog uit zijn zak en het scherm sprong in een spinnenweb van barsten. Zijn pols deed raar.
Iedereen keek naar Jonas.
Mats moest naar de spoed. Een verstuiking, geen breuk. Zijn gsm was wel echt kapot.
Jonas moest naar de directie. Hij zat op de stoel in de gang en dacht maar één ding: ik ben slecht. Eerst dat filmpje van Daria. Nu dit. Iedereen zou denken dat hij de pester van de klas was. Misschien was hij dat ook.
Zijn mama kwam. Ze was niet boos. Ze was moe. Dat was erger.
De school stelde iets voor wat Jonas niet kende. Geen strafstudie, of toch niet alleen. Een "herstelgesprek". Met Mats, met juf Hilde, met hun ouders erbij als ze wilden.
"Wat is dat? Een rechtbank?" vroeg Jonas.
"Nee," zei juf Hilde. "In een rechtbank vragen ze: wie is schuldig en welke straf krijgt hij. Hier vragen we: wat is er gebeurd, wie heeft er last van, en hoe maken we het weer goed?"
Ze zaten in een kring. Juf Hilde had een steentje in haar hand. Wie het steentje had, mocht praten.
Jonas kreeg het eerst. Hij wist niet wat hij moest zeggen. Uiteindelijk zei hij: "Ik duwde te hard. Ik wilde niet dat ge viel. Maar ge zijt gevallen. Door mij."
Mats kreeg het steentje. "Het deed pijn. Mijn pols. Maar mijn gsm was erger. Ik heb er een jaar voor gespaard. En ik dacht even dat ge het expres deed."
"Nee," zei Jonas meteen. Hij gaf het steentje niet terug, maar niemand zei er iets van. "Echt niet. Ik ben gewoon... ik doe soms dingen voor ik nadenk."
Juf Hilde nam het steentje. "Jonas. Ge zei daarnet in de gang: ik ben slecht. Mag ik daar iets over zeggen?"
Hij knikte.
"Ge hebt iets gedaan dat slecht afliep. Dat is waar. Daar moet ge iets mee doen. Maar dat maakt u niet slecht. Iemand die slecht is, zou hier niet zitten met een rood hoofd. Iemand die slecht is, zou het niet erg vinden."
Ze maakten afspraken. Jonas zou de helft van een nieuw scherm betalen, met zijn zakgeld en door twee maanden de auto van de buren te wassen. Hij zou Mats zijn boeken dragen tot zijn pols genezen was. En als het spelen weer te wild werd, zou iemand "pauze" zeggen en dan stopten ze allebei.
De eerste week droeg Jonas twee rugzakken. Het was zwaar. Maar elke dag dat hij ze droeg, voelde hij zich iets minder slecht en iets meer Jonas.
Op vrijdag zei Mats: "Ge moogt ze morgen niet meer dragen, hé. Mijn pols is oké."
"Ik weet het," zei Jonas. "Ik draag ze nog één dag. Voor de vorm."
