Lies was zeventien en ze was ziek. Je zag het niet. Dat was het probleem.
Ze had een ziekte in haar bindweefsel, het spul dat je lijf bij elkaar houdt. Bij haar was het te soepel. Haar gewrichten schoten soms uit de kom. Ze was altijd moe, op een manier die slapen niet oploste. Sommige dagen kon ze naar school. Andere dagen niet eens de trap af.
Maar als ze er was, zag ze er goed uit. Make-up op, haar los, een glimlach. Want als ze er dan toch was, wilde ze niet "het zieke meisje" zijn.
Op een maandag ging ze na drie dagen afwezigheid weer naar school. In de gang hoorde ze twee meisjes uit haar klas.
"Ze was zaterdag wel op het feestje van Sander, hé. Ik heb haar story gezien."
"Dus ziek op school, en niet ziek op een feestje? Handig."
Lies bleef staan. Ze had een uur op dat feestje gezeten. Op een stoel. Daarna had ze twee dagen in bed gelegen om het te betalen. Maar dat stond niet in haar story.
Thuis zei ze niets. Ze ging naar haar kamer en trok de deur dicht.
Femke klopte. Ze kwam binnen zonder op antwoord te wachten, zoals zussen doen.
"Wat is er?"
"Niks."
"Lies."
Lies vertelde het. En toen kwam er meer. Dat de leerkracht van L.O. zei dat ze "zich niet zo moest aanstellen". Dat een tante vond dat ze "misschien wat meer moest bewegen". Dat iedereen vroeg "Gaat het al beter?" alsof het een griep was.
"Het gaat niet beter," zei Lies. "Het gaat soms beter en soms slechter. Voor altijd."
Femke wist niet goed wat ze moest zeggen. Ze dacht na. Toen zei ze iets wat ze van Lies zelf had geleerd, de avond dat Femke bijna die foto had gestuurd.
"Wat hebt gij vandaag nodig?"
Lies keek op. Dat had nog niemand gevraagd.
"Dat iemand me gelooft," zei ze. "En een warmtekussen. En dat ge niet weggaat."
Femke ging niet weg. Ze haalde het warmtekussen. Ze zette een serie op. Ze zei: "Ik geloof u." Twee keer, voor de zekerheid.
De volgende dag deed Femke nog iets. Ze ging, samen met Lies, naar juf Hilde. Juf Hilde was niet de leerkracht van Lies, maar ze kende iemand van het CLB.
Twee weken later kwam er een gesprek met Lies haar klastitularis. Er kwam een plan: een rustplek, lessen die ze online kon volgen op slechte dagen, en geen L.O.-punten op dingen die haar lijf niet kon.
De meisjes van het feestje zeiden niets meer. Niet omdat ze het begrepen. Omdat de klastitularis het de hele klas had uitgelegd, met de toestemming van Lies.
Eén van hen kwam achteraf naar Lies. "Sorry. Ik wist het niet."
"Nee," zei Lies. "Dat is het met onzichtbare dingen."
