Femke's hoofd was een browser met 47 tabbladen open. Allemaal tegelijk. En in minstens drie daarvan speelde muziek.
In de les wiskunde hoorde ze de tl-lamp zoemen. De pen van Jonas die klikte. Het geritsel van een chipszak drie banken verder. Buiten een grasmaaier. Meneer Vermeulen die iets uitlegde over vergelijkingen. Ergens tussen de grasmaaier en de chipszak.
Ze tekende in haar kantlijn. Niet omdat ze niet luisterde. Omdat het tekenen het enige was dat de 47 tabbladen even stil zette.
"Femke," zei meneer Vermeulen. "Kunt ge de oplossing geven?"
Femke keek op. Op het bord stond iets. Ze had geen idee wat.
Iedereen keek. Zo voelde het.
"Ik... weet het niet."
"Ge waart weer aan het tekenen," zei meneer Vermeulen. Niet gemeen. Gewoon vaststellend.
Maar voor Femke kwam het binnen als een klap. Een echte. Haar keel kneep dicht. Haar ogen prikten. Ze wist dat het niet zo bedoeld was, en toch: het was alsof iemand had gezegd dat ze dom was, lui, een probleem.
Ze vroeg om naar het toilet te mogen. Daar huilde ze. Over een opmerking van vijf woorden. Ze vond zichzelf belachelijk. Wat haar nog meer deed huilen.
Thuis was het niet beter. Haar taak voor geschiedenis lag er al een week. Ze wist wat ze moest doen. Ze wilde het ook doen. Maar elke keer als ze ging zitten, gebeurde er iets in haar hoofd. Alsof er een muur stond tussen haar en het eerste woord.
In plaats daarvan ruimde ze haar kast op. Herschikte ze haar stiften op kleur. Keek ze zeven TikToks over hoe je beter kan focussen.
Om elf uur 's avonds, met nog één dag te gaan, schreef ze de hele taak in een uur. Het was een goede taak. Dat maakte het nog verwarrender.
Lies vond haar die nacht aan de keukentafel. "Gij ook niet kunnen slapen?"
"Ik ben gewoon te veel," zei Femke. "Te druk, te gevoelig, te traag, te snel. Alles tegelijk. Waarom kan ik niet gewoon normaal zijn?"
Lies ging naast haar zitten. Ze zei niet "ge zijt niet te veel". Ze zei: "Weet ge wat ik denk? Ik denk dat uw brein anders werkt dan dat van de meeste mensen in uw klas. Niet slechter. Anders. Maar de school is gebouwd voor de meeste mensen. En dan botst het."
"Dus het ligt niet aan mij?"
"Het ligt aan de match. Een vis is ook niet dom omdat hij niet in een boom kan klimmen."
Met mama en Lies maakte Femke een lijstje. Wat helpt. Tekenen tijdens de les, als ze er dan beter door luisterde. Oordopjes met een klein gaatje. Een timer van tien minuten om te beginnen, "alleen het eerste zinnetje". En iemand die naast haar zat terwijl ze werkte, zonder iets te zeggen.
En mama maakte een afspraak bij het CLB. "Niet omdat er iets mis is met u," zei ze. "Om te weten hoe uw brein werkt. Zodat we u beter kunnen helpen."
Op school legde Femke het lijstje aan meneer Vermeulen voor. Ze verwachtte dat hij zou zuchten.
Hij las het. Hij zei: "Tekenen mag. Maar dan wil ik op het einde van de les wel een tekening van een vergelijking."
De week erna leverde Femke een strip in van een x die verdwaald was in een doolhof van haakjes. Meneer Vermeulen hing hem aan het bord.
