Naar de inhoud
Wout overhandigt een cartoon aan meneer Vermeulen, die met warme belangstelling kijkt.
0% gelezen

Hoofdstuk 33

De schoolkrant

WoutStem

Wout tekende. Dat wist iedereen. Hij tekende mindmaps, pijlen naar het Atomium, pingpongballen met benen. Hij zei bijna nooit iets. Hij tekende het.

In januari vroeg meneer Vermeulen of hij de cartoon wilde maken voor de schoolkrant. Eentje per maand. Over iets wat leefde op school.

Wout zei ja. Of eigenlijk knikte hij.

De eerste cartoon ging over de toiletten. Een leerling in een toilethokje met een deur die openzwaaide, en daarboven een bordje: Warm water: zomer 2027. Iedereen lachte. Zelfs de directeur, die hem uitknipte en aan zijn deur hing.

De tweede ging over de pingpongtafel. Ook die was een succes.

Voor de derde wist Wout iets anders. Iets wat hem al weken dwarszat.

In de nieuwe regels van de school stond dat gsm's tijdens de middagpauze in de kluis moesten. Op zich vond Wout dat niet erg. Maar er was een uitzondering voor leerlingen die "een goede reden" hadden. Wie mocht beslissen wat een goede reden was? Niemand wist het.

Ruben had zijn gsm nodig voor het ziekenhuis. Hij moest het twee keer uitleggen, aan twee verschillende leerkrachten. Daria belde 's middags met haar papa, die nog in Oekraïne was. Zij kreeg nee. Kobe kreeg ja, "omdat zijn papa aannemer is".

Wout tekende het. Een poort met een bordje Goede redenen. Een leerkracht met een vergrootglas. Ruben met een ziekenhuisbriefje, die moest wachten. Daria met een foto van haar papa, die werd teruggestuurd. En Kobe met een helm van zijn papa, die mocht doorlopen.

Onderaan schreef hij: Wie bepaalt wat een goede reden is?

Hij gaf hem aan meneer Vermeulen. Die keek er lang naar.

"Dit is goed," zei hij. "En dit gaat niet iedereen leuk vinden."

"Is het waar?" vroeg Wout.

Meneer Vermeulen keek op. Het was misschien de langste zin die Wout ooit tegen hem had gezegd.

"Hebt ge het gecheckt?"

Dat had Wout. Hij had het aan Ruben, Daria en Kobe gevraagd. Hij had hun toestemming gevraagd om hen te tekenen, en Daria had gezegd dat het mocht als haar gezicht niet herkenbaar was. Dus had hij haar getekend als een vos.

"Dan gaat hij erin," zei meneer Vermeulen.

De cartoon zorgde voor gedoe. Twee leerkrachten vonden dat het "niet de taak van leerlingen" was om regels te bekritiseren. De directeur riep Wout bij zich. Wout dacht dat hij geschorst ging worden.

De directeur legde de cartoon op tafel. "Klopt dit?"

Wout knikte.

"Dan hebben we een probleem," zei de directeur. "Niet met uw cartoon. Met onze regel."

De regel werd aangepast. Een vast formulier, één persoon die beslist, en de redenen stonden erop: medisch, familie, zorg. Daria mocht haar papa bellen.

Wout tekende geen cartoon over de aanpassing. Hij tekende een vos die belt, met een klein hartje boven haar hoofd. Hij gaf hem aan Daria. Hij zei er niets bij.

Zij zei: "Gij zijt echt stil voor iemand die zo luid is."

Real talk

Je stem gebruiken kan op veel manieren. Niet iedereen moet speechen of protesteren. Een tekening, een artikel, een vraag op het juiste moment: dat is ook je stem.

Als je iets aankaart, zorg dan dat het klopt. Check je feiten. Vraag toestemming voor je iemand gebruikt als voorbeeld. Zo kan niemand het afdoen als roddel.

En kritiek op een regel is geen aanval op mensen. In een goede school, en een goede samenleving, mag je vragen stellen over hoe dingen geregeld zijn.

“Mijn stem telt. Ook als ze stil is.”

Welkom in de Jungle · Hoofdstuk 33

* Wie zit er in jouw jungle-kaart? Of kijk bij: Als je netwerk even niet genoeg is

Naar het oefenboek bij dit hoofdstuk