In september kwam er een pingpongtafel op de speelplaats. Een echte, van beton, met een metalen net. Het was het beste wat de school in jaren had gedaan, vond Jonas.
Het probleem: de tafel was nooit vrij.
De jongens van het vierde stonden er elke pauze. Ze speelden "rond de tafel", met twaalf tegelijk, en wie van het eerste of tweede wilde meedoen, kreeg te horen: "Volgende keer, kleintje."
De volgende keer kwam nooit.
Jonas probeerde het eerst op de Jonas-manier. Hij maakte een meme. Een foto van de pingpongtafel met daarboven: Gereserveerd voor mensen met een snor. Hij postte hem op zijn story.
Hij kreeg 80 likes en een boze blik van een jongen uit het vierde met een heel dunne snor.
De tafel bleef bezet.
Toen probeerde hij het op de Ruben-manier. Hij vroeg aan Ruben hoe dat ging, met de leerlingenraad.
"Ge moet het eerst weten," zei Ruben. "Niet voelen. Weten. Hoeveel pauzes. Wie er staat. Hoe lang."
Dus deed Jonas iets wat hij nog nooit had gedaan. Hij hield twee weken lang een lijst bij. Elke pauze, elke middag. Wie stond er aan de tafel? Uit welk jaar?
Het resultaat: van de twintig pauzes stond het vierde er negentien keer. Eén keer stond er niemand, want het regende.
Ruben nam de lijst mee naar de leerlingenraad. De leerlingen van het vierde in de raad waren eerst kwaad. "Wij waren er gewoon eerst!"
"Elke dag?" vroeg Lina.
"Ja, want wij hebben de dichtste klas."
De directeur keek naar de lijst. Toen zei hij: "Dus het is eerlijk voor wie het dichtst zit. Is het ook eerlijk voor de rest?"
Het bleef stil.
Ze maakten een schema. Maandag en donderdag: eerste graad. Dinsdag en vrijdag: tweede graad. Woensdag: wie eerst komt. Het hing aan de muur bij de tafel, in een plastic hoesje, getekend door Wout met een pingpongbal met armen en benen.
De eerste maandag stond Jonas aan de tafel met Yassin, Mats en twee eerstejaars die hij niet kende. Een jongen uit het vierde kwam kijken. De jongen met de dunne snor.
"Mag ik meedoen?" vroeg hij. "Rond de tafel?"
Jonas dacht even na. "Tuurlijk," zei hij. "Maar ge moet achteraan aansluiten."
De jongen grijnsde. Hij sloot achteraan aan. Hij was veel beter dan iedereen. Maar hij wachtte zijn beurt.
