Bomma Lieve had altijd gezegd dat ze honderd zou worden. "Om de pastoor te pesten," zei ze. Ze werd zevenentachtig.
Het ging snel. Een val in de tuin, in februari. Het ziekenhuis. Een longontsteking erbovenop. Lina ging nog op bezoek, op een woensdag. Bomma was moe en heel klein in dat grote bed. Maar haar ogen waren dezelfde.
"Ge moogt een boks geven," zei bomma. "Of een kus. Gij kiest."
Lina gaf allebei.
Die zaterdag belde mama. Lina hoorde aan haar stem wat ze ging zeggen, nog voor ze het zei.
De eerste dagen voelde Lina niets. Niets. Ze ging naar school. Ze maakte haar taken. Ze lachte zelfs om een meme van Jonas. Ze vond zichzelf een slecht mens.
"Waarom ween ik niet?" vroeg ze aan mama. "Iedereen weent. Gij weent. Ik niet."
Mama veegde haar ogen af. "Uw hoofd heeft het misschien nog niet binnengelaten. Dat komt wel. Op zijn eigen moment."
Het kwam bij de Aldi. Twee weken later. Lina zag een doos van de koekjes die bomma altijd in haar handtas had, en ineens kon ze niet meer stoppen. Daar, tussen de diepvries en de bananen. Een vrouw met een winkelkar gaf haar zonder iets te zeggen een pakje zakdoeken.
Juf Hilde kende iemand die over rouw schreef, een Vlaamse professor. Ze vertelde Lina wat hij zei: dat rouwen geen trap is die je afloopt, maar meer werk dat je doet. Vier soorten werk, door elkaar.
Begrijpen dat het echt is. Dat ze nooit meer zou bellen op zondag.
Het verdriet voelen. Ook bij de Aldi. Ook als het ongemakkelijk is.
Leren leven zonder. Wie zou er nu zeggen dat ze mocht kiezen?
Een nieuwe plek geven. Bomma niet vergeten, maar meenemen.
"En dat doet ge niet in een rij," zei juf Hilde. "Soms alles tegelijk, soms een week niks."
Dat laatste, de nieuwe plek, vond Lina het moeilijkst. Tot ze bomma's handtas kreeg. Er zat nog alles in. Een rozenkrans. Een pakje koekjes. Een briefje met haar boodschappenlijst in bibberend schrift: melk, krant, iets lekkers voor Lina.
Lina plakte dat briefje in haar agenda. Op de eerste bladzijde.
En toen nonkel Marc op de begrafenis zijn armen wijd opendeed voor een knuffel, deed Lina iets wat ze nog nooit had gedaan. Ze stapte zelf naar hem toe. Ze knuffelde hem. Omdat ze dat wou. Omdat hij huilde. Omdat bomma het zo had geleerd: gij kiest.
"Ge lijkt op haar," snikte nonkel Marc.
"Ik weet het," zei Lina.
