Naar de inhoud
Daria en Lina lachen en praten samen tijdens de lunch in de refter.
0% gelezen

Hoofdstuk 25

Nieuw in 2B

DariaThuis

In Kharkiv had Daria een kamer met blauwe muren en een raam waardoor je de lindebomen zag. Ze had een beste vriendin die Sonja heette, een kat die Borsj heette, en een opa die elke zondag pannenkoeken bakte met kersen.

Nu had ze een kamer in een rijhuis in Vlaanderen, met behang dat iemand anders had gekozen. Sonja zat in Polen. Borsj woonde bij een buurvrouw die gebleven was. En opa... opa was er niet meer. Dat weet je al, uit hoofdstuk 5.

Daria was dertien. Ze had al meer afscheid genomen dan de meeste mensen in haar klas ooit zouden doen.

Het Nederlands was het ergste. Niet omdat ze het niet kon leren. Ze leerde snel. Maar omdat ze in het Oekraïens grappig was. Slim. Iemand met een mening. En in het Nederlands was ze "het stille meisje".

"Ze zegt nooit iets," hoorde ze iemand zeggen.

Ze zei wel iets. In haar hoofd. Heel veel. Het kwam alleen niet snel genoeg naar buiten.

En de mensen spraken hier ook niet zoals in haar Nederlandse lesboek. Daar stond "Hoe gaat het met u?" Hier zei iedereen "Alles goe?" of "Hoe ist?" En wat was "amai"? En waarom zei iedereen "allee" als ze niet weggingen?

Op een middag zat ze alleen in de refter. Lina kwam bij haar zitten. Niet omdat ze medelijden had. Omdat er geen andere plaats was.

"Mag ik iets vragen?" zei Daria. "Wat betekent 'amai'?"

Lina dacht na. "Dat is... als ge iets ziet en ge zijt verbaasd. Amai. Of als iets heel lekker is. Amai. Of als iemand iets doms doet. Amaaai."

"Dus het betekent alles?"

"Ja. Eigenlijk wel."

Daria lachte. Voor het eerst sinds weken, op school, echt hardop. "In Oekraïne hebben we ook zo'n woord." Ze zei het. Lina probeerde het na te zeggen. Het klonk als een niezende kat. Nu lachten ze allebei.

Vanaf toen ruilden ze. Elke middag één woord. Lina leerde Daria "goesting", "zever" en "ambetant". Daria leerde Lina hoe je "dank je" en "ik heb honger" zegt in het Oekraïens, wat volgens Lina "de twee belangrijkste zinnen op aarde" waren.

Op een dag gaf juf Hilde een opdracht. "Vertel iets over een plek die thuis voelt."

Daria twijfelde. Toen stond ze op. In het Nederlands, met fouten en al, vertelde ze over de lindebomen, de blauwe muren en de pannenkoeken met kersen. Ze vertelde over opa.

Het was heel stil in de klas. Niemand lachte om haar accent.

Toen ze klaar was, zei ze nog iets wat ze niet had voorbereid.

"Ik dacht dat ik moest kiezen. Daar of hier. Maar ik denk dat ik hier thuis kan worden zonder daar te vergeten."

Yassin begon te klappen. Toen iedereen.

Die zondag bakte Daria pannenkoeken met kersen. Voor haar mama, voor haar broertje, en voor Lina, die ze "amai" vond.

Real talk

Nieuw zijn in een land, een school of een klas is zwaar. Je moet alles opnieuw leren: de taal, de grappen, de ongeschreven regels. En ondertussen mis je wat je achterliet.

Wie stil is in een nieuwe taal, is niet saai of dom. Die denkt in een andere taal, en vertaalt. Geef tijd. Vraag iets. Een woord ruilen kan al een begin zijn.

Ben jij de nieuwe? Je hoeft je oude thuis niet te vergeten om een nieuw thuis te maken. Je mag ze allebei houden.

“Ik kan hier thuis worden zonder daar te vergeten.”

Welkom in de Jungle · Hoofdstuk 25

* Wie zit er in jouw jungle-kaart? Of kijk bij: Als je netwerk even niet genoeg is

Naar het oefenboek bij dit hoofdstuk