Naar de inhoud
Elif praat met haar mama in een stilgezette auto; twee laadkabels liggen op het dashboard.
0% gelezen

Hoofdstuk 23

Twee huizen, één oplader

ElifThuis

Maandag tot woensdag bij mama. Woensdag na school tot zaterdag bij papa. Zondag om de week. Elif had het schema in haar gsm, in twee kleuren. Paars voor mama. Groen voor papa.

Wat niet in het schema stond: waar haar oplader was. Of haar turnzak. Of het boek voor Frans. Die zaten altijd in het verkeerde huis.

"Ge zijt wel heel vergeetachtig de laatste tijd," zei meneer Vermeulen, toen ze voor de derde keer zonder rekenmachine zat.

Elif zei niets. Wat moest ze zeggen? Mijn rekenmachine ligt op de keukentafel van mijn papa, naast zijn nieuwe vriendin haar sleutels?

Het ergste was niet het slepen met tassen. Het ergste waren de vragen.

Bij papa: "En, hoe is 't bij uw moeder? Heeft ze nog altijd die collega die haar altijd belt?"

Bij mama: "Zeg tegen uw vader dat hij de rekening van de tandarts nog moet betalen. En dat hij volgende week niet kan ruilen, ik heb al iets gepland."

Elif werd postbode. Een postbode die alle brieven las, en elke keer een beetje kapot ging van wat erin stond.

Op een woensdag in de auto, op weg van mama naar papa, ontplofte ze. Niet tegen mama. Tegen het dashboard.

"Ik kan het niet meer! Ik heb geen oplader, ik heb geen turnzak, en ik moet weer zeggen dat gij de tandarts niet... dat papa de tandarts niet..."

Ze stopte. Mama keek opzij.

"Wat moet ge zeggen?"

"Alles," zei Elif. "Ik moet altijd alles zeggen. Gij tegen hem. Hij tegen u. Ik ben uw kind, geen postbode."

Het werd stil in de auto. Heel lang. Toen zette mama de auto aan de kant, bij de bakker, en zette de motor af.

"Sorry," zei mama. "Gij hebt gelijk. Dat had ik niet door."

Het werd niet ineens perfect. Maar er veranderden dingen.

Mama en papa maakten een gedeelde agenda, met elkaar, zonder Elif ertussen. Ze kocht een tweede oplader. Papa kocht een tweede turnzak, in het groen, "zodat ge weet waar hij hoort".

En de vragen? Die stopten niet helemaal. Maar als papa begon met "En hoe is 't bij uw moeder..." zei Elif nu: "Papa. Daarvoor moet ge haar bellen."

De eerste keer keek hij verbaasd. De tweede keer lachte hij. "Ge wordt groot, hé."

"Nee," zei Elif. "Ik word gewoon weer kind."

Real talk

Als ouders uit elkaar gaan, krijgen kinderen vaak taken die niet van hen zijn: boodschappen doorgeven, geheimen bewaren, troosten, kiezen. Dat is te zwaar. Ook als je ouders het niet zo bedoelen.

Je mag zeggen: "Dat moet je zelf aan papa/mama vragen." Je mag ook zeggen dat je het moeilijk hebt met twee huizen. Dat betekent niet dat je ondankbaar bent.

Praktisch helpt het om dubbele spullen te hebben (oplader, schoolgerief) en één plek waar het schema staat. En als het echt niet gaat, kan je met het CLB of met iemand uit je jungle-kaart praten. Zij kunnen ook met je ouders praten.

“Ik ben jullie kind. Geen postbode.”

Welkom in de Jungle · Hoofdstuk 23

* Wie zit er in jouw jungle-kaart? Of kijk bij: Als je netwerk even niet genoeg is

Naar het oefenboek bij dit hoofdstuk