Naar de inhoud
Noah met kort steil zwart haar en een koptelefoon rond zijn nek zit tegenover Mila; een gamecontroller ligt tussen hen en mama staat erachter.
0% gelezen

Hoofdstuk 13

Jij begon!

Noah en MilaThuis

Er was één PlayStation. Er waren twee controllers. Eentje werkte. De andere had een plakkende R2-knop sinds Mila er limonade over had gemorst.

Dus was er elke avond oorlog.

"Ik had hem eerst!"

"Gij hebt hem al heel de dag!"

"Ik was op school, slimmerik!"

"Mamaaa! Noah zegt slimmerik!"

Mama stond in de keuken met haar jas nog aan. Ze was net thuis van haar werk. Ze haalde diep adem, en nog eens.

"Wie begon?" vroeg ze.

"HIJ!" "ZIJ!"

Noah was dertien en vond dat hij altijd de schuld kreeg. "Gij zijt de oudste," zei iedereen. "Gij moet het voorbeeld geven."

Mila was tien en vond dat zij nooit iets mocht. "Gij zijt te klein," zei iedereen. "Wacht maar tot ge groter zijt."

Allebei waren ze zeker dat de ander de lieveling was. Allebei hadden ze ongelijk. En allebei hadden ze een beetje gelijk, op hun eigen manier.

Op een zondag deed mama iets wat ze nog nooit gedaan had. Ze ging niet uitzoeken wie begonnen was.

Ze zette twee stoelen tegenover elkaar en legde de werkende controller op tafel, tussen hen in.

"Nieuwe regel," zei ze. "Wie de controller vasthoudt, mag praten. De ander luistert. Dan wisselen. Niemand zegt 'jij begon'. Wie dat zegt, verliest een kwartier gamen."

"Dat is kinderachtig," zei Noah.

"Goed," zei mama. "Dan begint gij."

Noah nam de controller. Het voelde dom. Toen zei hij: "Ik heb de hele dag niks dat van mij is. Op school niet. Thuis niet. Gamen is het enige."

Mila keek hem aan. Dat had ze niet geweten.

Ze nam de controller. "Als gij speelt, zit ik ernaast en mag ik niks. Ge laat mij nooit meedoen. Ook niet als ik het vraag."

Noah wilde "jij..." zeggen. Hij slikte het in. Een kwartier was een kwartier.

Ze maakten een schema. Mila tekende het, met veel te veel sterretjes. Maandag, woensdag en vrijdag: Noah eerst. Dinsdag en donderdag: Mila eerst. Zaterdag: samen een co-op-spel. Zondag: geen PlayStation, "familiedag", wat in de praktijk betekende dat ze met z'n allen ruzie maakten over Monopoly.

Het werkte niet altijd. Soms hing het schema scheef op de koelkast en lag de controller verstopt onder een kussen. Maar elke keer als het weer misging, legde mama de controller op tafel. En dan wisten ze het allebei.

Wie begon, maakte niet uit. Wie stopte, wel.

Real talk

Bij ruzie thuis gaat het bijna altijd over "wie begon". Dat is een vraag zonder antwoord, want iedereen heeft een ander begin in zijn hoofd. Beter is: wat had jij nodig, en wat had ik nodig?

Een vaste afspraak (wie praat, wie luistert) helpt om ruzie niet te laten ontploffen. Het voelt eerst raar. Daarna wordt het gewoon.

En voor de oudsten: je moet niet altijd het voorbeeld zijn. Maar je kan wel als eerste stoppen. Dat is iets anders.

“Wie begon, maakt niet uit. Wie stopt, wel.”

Welkom in de Jungle · Hoofdstuk 13

* Wie zit er in jouw jungle-kaart? Of kijk bij: Als je netwerk even niet genoeg is

Naar het oefenboek bij dit hoofdstuk