Bram uit 2C had elke dag een crisis.
Maandag: ik kan echt niet meer 💔 in zijn story. Dertig mensen stuurden "gaat het??".
Dinsdag: niemand snapt mij. Iemand bracht hem een Monster in de pauze.
Woensdag: ik heb mijn taak niet, mijn leven is zo zwaar. Mats gaf hem zijn taak om over te schrijven, want wat moest hij anders?
Het rare was: zodra Bram kreeg wat hij nodig had, was de crisis voorbij. De Monster op, de taak overgeschreven, en hij lag al dubbel om een video.
"Is dat niet raar?" vroeg Mats aan Yassin.
Yassin haalde zijn schouders op. "Lowkey raar, ja."
Op donderdag zat Daria in de gang, op de grond, met haar rug tegen de kluisjes. Ze huilde. Zonder geluid. Ze vroeg niets aan niemand.
Iedereen die voorbijkwam, zag het meteen. Dit was niet voor publiek. Dit was echt.
Mats bleef staan. Hij wist niet wat hij moest zeggen. Dus ging hij naast haar zitten, ook op de grond.
Na een tijd zei Daria: "Mijn opa. In Oekraïne. Gisteren."
Mats wist niet wat je dan zegt. Dus zei hij niets. Hij bleef zitten. Toen Elif voorbijkwam, ging ze aan de andere kant zitten. Toen kwam Ruben, met een pakje zakdoeken dat hij altijd bijhad sinds zijn papa ziek was.
In de pauze kwam Bram naar Mats. "Gast, mijn dag is echt zo slecht. Hebt ge wiskunde al?"
Mats keek naar hem. Toen naar de gang, waar Daria nog altijd zat, nu met drie mensen rond haar.
"Nee," zei hij. "Niet vandaag."
"Wauw," zei Bram. "Echt niemand let op mij."
Mats voelde iets wat hij niet kende. Hij was niet kwaad op Bram. Hij was vooral moe. En hij wist ineens het verschil.
Die avond vertelde hij het aan juf Hilde, in het mentoruur. Niet over Daria. Over Bram.
"Ik denk dat hij gewoon aandacht wil," zei Mats.
Juf Hilde knikte. "Kan. En soms is iemand die altijd drama heeft, toch echt niet oké, op een manier die hij zelf niet goed kan zeggen. Ge moet niet zijn hulpverlener zijn. Maar ge moogt het wel aan mij laten weten. Dan kijk ik ernaar."
Mats knikte. Dat voelde lichter.
