Nina was de leukste persoon van de dansschool. Ze kon iedereen aan het lachen brengen, ze kende alle choreo's na één keer kijken, en als ze "ja" zei, voelde je je de belangrijkste persoon van de wereld.
Het probleem was: Nina zei altijd ja.
"Kom je naar mijn optreden zaterdag?"
"Uiteraard, babe. Eerste rij."
Ze kwam niet.
"Gaan we woensdag naar de cinema?"
"Zeker! Ik koop de tickets."
Elif stond woensdag om 14 uur aan de cinema. Om 14.20 uur kwam er een bericht. Sorryyy ik ben het vergeten, mijn ma had iets gepland 😩😩 volgende keer echt beloofd
Elif geloofde haar. Elke keer weer. Want Nina's "sorry" klonk zo gemeend. En haar "volgende keer" klonk zo zeker.
Tot de avond voor haar verjaardag. Elif had iets moeilijks verteld aan Nina. Iets over haar ouders, wat ze nog aan niemand had gezegd.
"Morgen na school praten we erover," schreef Nina. "Bij de frituur. Ik ben er voor jou."
Elif was er. Het regende. Ze wachtte onder het afdakje van de frituur, met een zakje frieten dat koud werd. Na veertig minuten at ze het op. Alleen.
Twee dagen later zag ze Nina op school. Ze liep lachend met haar telefoon.
"Nina. Je had het beloofd."
Nina keek op, en heel even zag Elif iets in haar ogen. Toen haalde ze haar schouders op. "Ah shit. Sorry, hé. Was echt vergeten."
"Hoe kan je iets zo makkelijk beloven als je het toch niet doet?"
Nina lachte. "Beloven kost toch niks? Iedereen wordt er blij van."
Elif keek haar lang aan. En toen wist ze het ineens.
"Beloven kost niks," zei ze. "Vertrouwen wel. En dat ben jij aan het opmaken."
Ze draaide zich om en liep naar de klas. Niet boos. Wel verdrietig. En een beetje groter dan daarvoor.
Die vrijdag ging ze naar de cinema met Lina. Lina had niets beloofd. Ze had alleen gezegd: "Ik ben er om twee uur."
Om 13.56 uur stond ze er. Met twee tickets en een zak chips die ze binnen had gesmokkeld.
Toen Nina een week later vroeg of ze zaterdag samen gingen shoppen, schreef Elif terug: Misschien. Ik geloof het als je er bent.
