Yassin was de beste spits van de U14. Dat zei hij zelf. Het rare was: het klopte ook nog.
Hij scoorde elke match. Hij dribbelde langs drie man. Hij deed na elk doelpunt een dansje dat hij van een Braziliaanse speler had gekopieerd. Hij vroeg nooit om de bal. Hij nam hem gewoon.
"Yassin, speel eens af!" riep de trainer.
"Waarom? Ik scoor toch?"
Tot de match tegen FC De Kluis. Een ploeg met een verdediger die eruitzag alsof hij al achttien was en een baard had. Hij plakte aan Yassin als kauwgom aan een schoen.
Yassin probeerde te dribbelen. Bal kwijt. Nog eens. Bal kwijt. Hij probeerde te schieten van ver. Over. Ver over. Een vogel moest uitwijken.
Rust: 0-2.
In de kleedkamer gooide Yassin zijn bidon tegen de muur. "Niemand helpt mij! Ik doe alles alleen!"
Het werd stil.
Toen zei Ruben, die meestal op de bank zat: "Ge vraagt het ook nooit."
Yassin keek rond. Mats, de verdediger, die altijd de bal veroverde en hem dan aan Yassin gaf. Jonas, die snel was op de flank en nooit de bal terugkreeg. Noah, de keeper, die al twee keer een penalty had gestopt en dat nooit iemand zag.
Hij had nooit gezien wat zij deden. Alleen wat hij deed.
De trainer zat op de bank met zijn armen over elkaar. "Ge zijt een goeie spits, Yassin. Maar een spits zonder ploeg is gewoon iemand die alleen op een veld staat."
In de tweede helft deed Yassin iets wat hij nog nooit had gedaan. Hij lokte de verdediger met de baard mee naar links. En hij speelde de bal breed, naar Jonas.
Jonas was zo verrast dat hij bijna struikelde. Maar hij schoot. Paal. In.
1-2.
Jonas rende naar Yassin en sprong op zijn rug. "Gast! Gij hebt mij de bal gegeven!"
"Ja ja," zei Yassin. Maar hij lachte.
Tien minuten later kwam de bal van Mats, via Jonas, naar Yassin. 2-2.
Ze wonnen niet. Ze speelden gelijk. Maar in de kleedkamer deed niemand een dansje alleen. Ze deden het met z'n allen. Het zag er niet uit. Het was het beste dansje ooit.
